Les 6.2 Stofwisseling

Stofwisseling is de som van alle chemische processen die in ons lichaam plaatsvinden. Deze chemische processen vormen het metabolisme. Het belangrijkste om te weten over het metabolisme is dat het voortdurend verandert. Voeding is vanzelfsprekend van grote invloed op onze stofwisseling. Als we eten, versnelt onze stofwisseling om de toevloed van voedingsstoffen op te vangen. Zodra de voedingsstoffen zijn verbruikt, vertraagt onze stofwisseling weer. Maar de stofwisseling wordt ook beïnvloed door andere dingen, zoals leeftijd, spiermassa, activiteitsniveau en hormoonspiegels. Al deze zaken kunnen van invloed zijn op hoe snel of langzaam onze stofwisseling is.

Het voedsel dat we eten wordt afgebroken in twee belangrijke soorten energie: glucose en vetzuren. Glucose is de eenvoudigste vorm van suiker en komt voor in alle koolhydraten. Vetzuren komen voor in alle vetten, zowel in onze voeding als in het opgeslagen lichaamsvet. Wanneer wij voedsel eten, breekt ons spijsverteringssysteem de koolhydraten af tot glucose en de vetten tot vetzuren. Deze voedingsstoffen worden vervolgens opgenomen in de bloedbaan en vervoerd naar de cellen, waar ze nodig zijn voor de lichamelijke energie.

Tijdens slaap gebruiken onze cellen de energie van glucose en vetzuren om al het belangrijke werk van reparatie en groei te doen. Dit omvat alles van het maken van nieuwe eiwitten en cellen tot het herstellen van beschadigd DNA.

Gezonde voeding is dan ook van cruciaal belang om goed te kunnen slapen. Goed slapen maakt weer dat we meer geneigd zijn om gezond voedsel tot ons te nemen. Controle nemen over onze stofwisseling kan dus door controle te nemen over onze voeding. Naast de kwaliteit en kwantiteit van ons eten is juist timing en ritme van ons voedingspatroon van cruciaal belang. Wat wel en niet bevorderlijk is voor slapen lees je in het hoofdstuk ‘Wat houdt ons wakker’.