Les 3 Hoe slaap wetenschappelijk wordt gemeten

Slaap is een bijzondere toestand voor lichaam en geest. Het wordt gekenmerkt door veranderingen in hersenactiviteit, hartslag en ademhaling. Om iemands slaap objectief te meten, worden meerdere veranderingen die tijdens de slaap in het lichaam optreden gemeten. Hiervoor is speciale apparatuur nodig die aan de hand van meerder parameters verschillende lichamelijke functies controleert.

Feitelijk is dit alleen echt goed te meten in een ziekenhuis of slaaplaboratorium omgeving. Hier verblijven mensen meestal een of meerdere nachten om hun slaap te laten controleren. Zij worden aangesloten op apparaten die hersenactiviteit (EEG), spieractiviteit (EMG), oogbeweging (EOG) en hartslag (EC) meten.

Polysomnografie (PSG) is de goudenstandaard om de slaap te meten. PSG gebruikt elektroden en andere sensoren om hersengolven, zuurstofgehalte in het bloed, oog- en beenbewegingen, hartslag en ademhaling te volgen. Hier wordt alles gecontroleerd door een technoloog die hiervoor geaccrediteerd is.
PSG meet hersengolven en dit is per definitie wat slaapstadia onderscheidt. Zodoende is dit een zeer nauwkeurige manier van slaap meten. PSG is zelf echter slechts voor 70-80% nauwkeurig qua hersengolfmeting [H. Danker-Hopfe 2009]. Het scoren van de verschillende stadia van hersenactiviteit wordt namelijk handmatig geteld en zodoende zit er een bepaalde mate van subjectiviteit in. Vanwege de hoge intensiviteit en apparatuur die er mee gemoeid is, is dit een kostbare, ingrijpende en intensieve methode. PSG is daarom niet zeer praktisch.