Les 2 Wegen, meten en berekenen

Om je voedingsadvies te kunnen maken en de resultaten te kunnen monitoren is het belangrijk om over de juiste gegevens van gewicht, vetpercentage, vochtpercentage, spiermassa e.d. te beschikken. Dat is de reden dat je een cliënt bij jou op de weegschaal zet. We adviseren een weegschaal die niet alleen het gewicht, maar ook vetpercentage, spiermassapercentage, visceraal vet en eventueel ook het vochtpercentage meet.

De eerste meting die je doet noemen we de 0-meting. Je kunt met de cliënt afspreken dat hij/zij zich thuis op de weegschaal weegt, dat gewicht laat je de cliënt dan zelf noteren. Als de cliënt thuis zelf het gewicht gaat meten neem je het gewicht bij aanvang op de eigen weegschaal als 0-meting.

Het vaststellen van het gewicht doe je met behulp van een de personenweegschaal. Dit zijn er in verschillende soorten:

  1. Met een analoge-/mechanische weegschaal; je leest dan het gewicht af met behulp van een wijzer die op een schaalverdeling het gewicht aangeeft.

  2. Met een digitale-/elektrische weegschaal; dan lees je het gewicht af met behulp van cijferaanduiding in een lcd-display.

  3. Met een bio-impedantie weegschaal; variant op de digitale weegschaal, met tal van andere weeg- en meetvariabelen.


2.1 Analoge- en digitale weegschalen

De digitale weegschaal is nauwkeuriger dan de analoge weegschaal, die werkt met een veer. Een digitale weegschaal weegt tot ongeveer 100 gram nauwkeurig. Op een analoge weegschaal is een dergelijke precisie niet mogelijk of in ieder geval niet af te lezen. Een digitale weegschaal gebruikt meestal batterijen als voeding. Wanneer de batterijen bijna op zijn kan de weegschaal minder nauwkeurig worden.

Als je met verschillende weegschalen weegt kom je erachter dat de metingen verschillend zijn. Dat komt, omdat iedere weegschaal anders weegt. Personenweegschalen zijn niet geijkt. Houd dus altijd rekening met afwijkingen in de weegschaal en gebruik zoveel mogelijk dezelfde weegschaal om geen last te hebben van de afwijkingen.


2.2 Bio-impedantieweegschaal

Deze weegschalen meten meer dan alleen het gewicht. Er wordt een zwak elektrisch stroompje door het lichaam gestuurd, dat beter of slechter door de verschillende lichaamsweefsels wordt geleid. Hiervoor moet je wel met blote voeten op de weegschaal gaan staan.

Doordat vetweefsel een andere weerstand heeft dan bijvoorbeeld spierweefsel, kan het apparaat de waardes van verschillende weefsels los van elkaar meten.


Mogelijkheden zijn, afhankelijk van welke gegevens je invoert en de waardes die de weegschaal kan meten:

  • Vetpercentage
  • Spiermassapercentage
  • Vochtpercentage
  • Botmassa.

De verschillende percentages worden berekend door de weerstand te combineren met een aantal parameters: geslacht, leeftijd, lengte, soms ook een mate van sportiviteit en gewicht.

De eerste 4 gegevens dien je zelf in te voeren en het gewicht wordt (uiteraard) door de weegschaal bepaald.

Bio-impedantieweegschalen berekenen soms ook gegevens als buikvet (ook wel visceraal of orgaanvetwaarde genoemd), botmassa, ruststofwisseling, stofwisselingsleeftijd (‘echte leeftijd’) en fysieke conditie. Ook hebben ze vaak een geheugenfunctie waarmee het mogelijk is het gewicht van meerdere personen op te slaan. Dit verschilt per machine.

2-punts of 4-punts

Als de stroom alleen door de voeten geleid wordt noemen we dit een 2-punts meting. Door deze meetmethode wordt alleen het onderste deel van je lichaam betrokken bij de meting.

Als er ook via de armen een stroompje loopt, noemen we dit een 4-punts meting. Hierbij wordt ook het bovenste deel van het lichaam gemeten. Er bestaan ook apparaten om zowel alleen het onderlichaam als alleen het bovenlichaam te meten. Je kunt dan per keer kiezen of je alleen de onderkant of ook de bovenkant wilt meten.

De bio-impedantieweegschaal biedt helaas geen waterdicht resultaat. Dit komt omdat de hydratatiegraad van je lichaam sterke invloed heeft op de meting. Zo is het moment van de dag van invloed, de skeletspiermassa, de hoeveelheid vocht die je gedronken hebt, of je net hebt gesport nogal bepalend voor de uitslag. Ook de maandelijkse cyclus van vrouwen, het ‘ontvochtigen’ van het lichaam door ouderdom, zwangerschap en koorts leveren afwijkende resultaten op.
Belangrijkste tip hierbij is dan ook: altijd op dezelfde weegschaal wegen en altijd op hetzelfde tijdstip!

Omdat mensen thuis vaak niet zo’n uitgebreide weegschaal hebben en voedingscoaches wel, kiezen we ervoor om tijdens meerdere sessies alle waardes met de bio-impedantieweegschaal te meten.

Waardes bepalen – wat zijn gezonde/normale waardes?

Gebruik voor het uitlezen van de bio-impedantieweegschaal de door de weegschaalfabrikant opgestelde waarden. Deze kunnen namelijk per weegschaal en merk verschillen. De betere weegschalen stellen uitleestabellen op internet beschikbaar.
Vergelijk de streefwaardes van de weegschaal van tevoren even met de tabellen in dit hoofdstuk, zodat je weet waar de verschillen zitten.